Franse revolutie

26 dec Franse revolutie

Oorzaak Franse revolutie

1789 vormde het hoogtepunt van een aantal gebeurtenissen die we de Franse Revolutie zijn gaan noemen. Op het einde van de 18e eeuw zien we in Frankrijk een enorme tegenstelling tussen de maatschappelijke orde en het Ancien Régime enerzijds en de sociaal-economische ontwikkeling anderzijds. De Franse maatschappij wordt nog beheerst door de aristocratie (koning en adel) die blijft vasthouden aan de in het verleden verworven rechten. Hoewel de Franse adel tegen het einde van de 18e eeuw nog maar een schim is van wat het eens geweest is, beheerst het beginsel van ongelijkheid in rechten en levensomstandigheden de Franse samenleving.  Grote financiële problemen van het Franse koninkrijk konden niet worden opgelost en er ontstond veel kritiek op oneerlijke verdeling van macht. Door de vele misoogsten was de graanprijs aanzienlijk gestegen, waardoor ook de broodprijs steeg en ontstond er hongersnood. Kort samengevat: een groot klassenverschil en honger waren de belangrijkste oorzaken voor de Franse Revolutie. De Franse Revolutie zal uiteindelijk 10 jaar duren.

Gevolgen

Hoewel de economie groeide had de gewone man hier geen voordeel van. Ook de boeren waren ontevreden. De belastingen die zij moesten betalen kwamen terecht bij de in hun ogen veel te machtige grootgrondbezitters. Toen in 1787 bleek dat de Staat bankroet was, wekte dit nog grotere ergernis op. Met de bestorming van de Bastille op 14 juli 1789, begon de Franse revolutie. Het kasteel met acht torens stond symbool voor de gevestigde orde en als een symbool van de koninklijke tirannie.  Desondanks groeide de bestorming uit tot het symbool van de Franse Revolutie die ieder nog herdacht wordt. Al snel sloeg de revolutie ook toe in de provincies. Veel burgers vielen de aristocratie aan en ontdeden hen van hun bezittingen. Een week na de bestorming werd het stadhuis van Straatsburg geplunderd.

Versailles

Tijdens de Franse Revolutie marcheerden op 5 oktober 1789 een grote groep Parijzenaren naar het paleis van Versailles. Het protest begon toen vrouwen in opstand kwamen tegen de hoge prijzen op brood. Die revolutionairen wisten de menigte te bewegen om richting Versailles te trekken. Daar hoopten ze dat ze de koning terug naar Parijs konden brengen zodat hij volgens de revolutionairen, dichter bij het volk zou staan. Dit leidde ertoe dat koning Lodewijk XVI gedwongen werd van Versailles naar Parijs te verhuizen. Hij zou nooit meer naar Versailles terugkeren. Op 21 januari 1793 werd de laatste koning van Frankrijk door middel van de guillotine onthoofd. Zijn vrouw Marie Antoinette zou later dat jaar hetzelfde lot ondergaan. Frankrijk werd een republiek. Een groot deel van de Franse adel stierf onder de guillotine. Tussen het afzetten van koning Lodewijk XVI in augustus 1792 en de zomer van 1794 werden duizenden vermeende tegenstanders van de revolutie onder de guillotine ter dood gebracht.

Fases

De Franse Revolutie kan worden verdeeld in 4 fasen: In de eerste fase werd door de zogenaamde derde stand, die de helft van de stemmen in het parlement bezat, de Nationale Vergadering bijeengeroepen (1789). De koning wilde echter de adel blijven beschermen, waarop de bestorming van de Bastille volgde. In de tweede fase, in de zomer van 1791, werd de koning gevangengenomen. Tijdens de derde fase vonden velen de dood onder de guillotine. Een waar schrikbewind van revolutionairen maakte in de tijd die volgde een einde aan het leven van 50.000 mensen. De vierde fase begon met de terechtstelling van Robespierre in 1794 en de herinrichting van het bestuur. Leden uit de gegoede burgerij verwierven belangrijke posities in de politiek en het maatschappelijke leven. De Franse burger had intussen een afkeer tegen geweld ontwikkeld en kreeg weer oog voor de zaken van alle dag. De levensstandaard moest worden verhoogd.

Napoleon

Aan het einde van de Franse Revolutie zocht Frankrijk naar een sterke leider want het land was in gevaar. Napoleon Bonaparte pleegde in 1799 een staatsgreep en sleepte Frankrijk mee de zogenaamde napoleontische tijd in. Hij wilde de macht van Frankrijk uitbreiden en veranderde Europa in een slagveld. Napoleon was een dictator met grote talenten. Hij voerde talloze bestuurlijke vernieuwingen door, waardoor in Frankrijk een doeltreffend bestuur ontstond. Hij was ook een bekwame wetgever. Hij liet zich hierbij voortreffelijk adviseren door juristen als Cambacérès. Uiteindelijk deden zijn aspiraties om heerser van Europa te worden hem de das om. Na de Slag bij Waterloo werd hij verbannen naar Sint-Helena, waar hij in mei 1821 overleed.

Nationale feestdag

Op 14 juli, Quatorze Juillet, wordt de verjaardag van de bestorming van de Bastille gevierd.  In 1880 werd de dag tot nationale feestdag verklaard en dat geldt tot op de dag van vandaag. ´s Ochtends wordt de feestdag ingeluid met een grote militaire parade op de Champs-Elyssées. De Franse vlag wordt uitgehangen, er wordt veel vuurwerk afgeschoten en er zijn veel shows door het hele land heen.

 

 

Geen reactie's

Geef een reactie